leiderschap in roerig vaarwater

In mijn werk als directeur-bestuurder ervaar ik dagelijks de complexiteit van het basisonderwijs. Soms voelt het alsof we met z’n allen op een klein zeilbootje zitten, dobberend op open water dat langzaam begint vol te lopen. Het tekort aan leerkrachten, de hoge werkdruk, de groeiende complexiteit van het vak én de voortdurende veranderingen – het zijn golven die maar blijven komen.

En toch… we geven niet op.

Want we weten waarvoor we het doen. Voor de kinderen. Voor hun toekomst. En voor een samenleving waarin goed onderwijs het fundament is. Maar om echt vooruit te komen, is het soms nodig om water te lozen. Niet letterlijk, maar in de zin van: loslaten wat ons vertraagt.

Loslaten om ruimte te maken

We blijven vaak drijven op structuren en gewoontes die ooit behulpzaam waren, maar nu eerder ballast zijn. Denk aan bureaucratische regels, versnipperde verantwoordelijkheden, of oude patronen van ‘zo doen we dat hier nu eenmaal’.

Navigeren in beweging

Ik schrijf op dit moment aan een leiderschapsprogramma voor een meerdaagse training, geïnspireerd door onder anderen Michael Fullan. Daarbij besef ik meer dan ooit: onderwijsverandering vraagt geen harde sturing, maar doordachte navigatie. Het vraagt schoolleiders die koers durven zetten, maar ook ruimte laten voor ontdekking. Die in verbinding blijven met hun team, en het grotere geheel blijven zien – zelfs in de mist. Want leiderschap in het onderwijs is geen solovaart. Het is samen laveren, met het vizier op wat er écht toe doet: het welzijn en de ontwikkeling van kinderen. Daarvoor is kracht nodig. Bezieling. En het vermogen om telkens opnieuw af te stemmen: op elkaar, op de wind, op de richting die we samen kiezen.

Het basisonderwijs draait niet om de obstakels – die zijn er altijd. Het draait om de kracht om door te blijven gaan. En die kracht komt van mensen: krachtige schoolleiders, bevlogen leerkrachten, betrokken ondersteuners. Mensen die het verschil maken, elke dag opnieuw. We hebben elkaar nodig om het schip in beweging te houden. Om het vlot te trekken als we vastlopen. En om koers te houden als het weer omslaat. Want zoals in de zeilwereld wordt gezegd:
“Je kunt de wind niet veranderen, maar wel de stand van je zeilen.”

Scroll to Top